Prison Break vorige week

Vorige week zat ik op het terras met een vriendinnetje. Nadat we al onze standaardgesprekstof hadden doorgenomen (vriendinnen, werk, wonen en nieuwe liefdes), kregen we het over onze Netflix-verslaving. Netflix is voor ons bijna een werkwoord geworden. “Heb jij gisteren nog genetflixt?” “Ja, de hele avond…


Ik had de keuze: badkamer poetsen, afwas doen of… Netflix”. Je kan al raden voor welke optie mijn vriendin en ik altijd gaan.
Onze verslaving neemt vrij ernstige vormen aan. Als we eenmaal aan een serie zijn begonnen kijken we hem ook af. Of Prison Break in het derde seizoen nog spannend blijft of niet.. Zo heb ik al afgelopen half jaar welgeteld acht series weggewerkt. Het aantal kijkuren durf ik niet bij elkaar op te tellen. Op nummer één staat nog steeds Breaking Bad. Ongelofelijk hoe die man transformeert gedurende de seizoenen. Van een brave huisman naar een doorgewinterde drugscrimineel. Hij deinst nergens meer voor terug. Ik blijf het knap vinden hoe ze die man hebben gecast. Dat vind ik dan ook meteen het intrigerende aan goede series, de verhaallijn. Als de verhaallijn goed is, grijpt het je bij de strot.

Ik kan dan echt helemaal wegdromen in de serie. Orange is the new black mag er ook wel wezen. Ondanks dat de hoofdpersoon niet constant de protagonist blijft (dat klinkt raar he..), is de verhaallijn nog wel goed te volgen. Een kanttekening heeft Orange is the new black wel. Wat is nu eigenlijk het kijkdoel van de serie? Willen ze mensen ontroeren, aan het lachen brengen, aan het denken zetten of nog iets anders?  Ach, series zijn vast niet bedoeld om zoveel over na te denken…